Sociale verandering en morele waarden: Een bescheiden onderzoeksprogramma voor wereldverbeteraars

[For the English version of this post click here]

Om wenselijke sociale verandering tot stand te brengen is het noodzakelijk te weten wat moreel gezien wenselijk is en de maatschappelijke verandert. Helaas schieten zowel ethiek als sociale wetenschappen tekort: waar ethiek niet goed kan omgaan met morele onzekerheden, kan sociologie niet goed omgaan met sociale verandering. Ik kies hier een institutioneel perspectief om met deze issues om te gaan. Ten eerste omdat je instituties kunt zien als de manier waarop waarden collectief geborgd worden. Ten tweede omdat instituties kunnen worden veranderd als er aanleiding is om de prioritering en interpretatie van geborgde waarden aan te passen.

Het is aan Georg Wilhelm Friedrich Hegel te danken dat we nadenken over de relatie tussen sociale verandering en onze moraal. Voor Hegel veranderde de wereld ook wel, maar deze verandering werd niet gezien als intrinsiek onderdeel van de moraal. Het nadenken over de wijze waarop de wereld in elkaar zou moeten zitten, stond los van de vraag hoe die wereld te verwezenlijken was.

Ook is het aan Hegel te danken dat we het proces van sociale verandering nog steeds niet goed in de vingers hebben. Om  verandering te beschrijven kwam hij met de befaamde trits these-antithese-synthese, maar deze blijkt op zo veel verschillende manieren in te vullen dat je er maar weinig aan hebt. Met Hegel kun je zowel bij Marx’ historisch materialisme terechtkomen of bij sterk esoterische richtingen. De grote gemeenschappelijke deler van al die benaderingen is dat je achteraf welke ontwikkeling dan ook kunt voorspellen.

Ook de sociologie biedt weinig soelaas. Zoals Émile Durkheim stelde, de sociologie heeft als doel het verklaren van sociale orde. Dat de maatschappij verandert is een gegeven, wat bijzonder is aan de maatschappij betreft die zaken waarin deze niet verandert. Sinds Durkheim aan het einde van de negentiende eeuw de grondslagen van de sociale wetenschap introduceerde zijn er genoeg concepten en theorieën bedacht die een stabiele sociale orde verklaren. Denk aan instituties, structuren of cultuur. Maar voor verandering kennen we eigenlijk niet de juiste woorden.

Hoe kunnen we de ethische aspecten van sociale verandering onderzoeken op een manier die sociologisch valide is? Waar te beginnen als er zo weinig aanknopingspunten zijn? Ik stel voor om eerst te kijken naar de wijze waarop fluïde betekenissen in instituties worden gekristalliseerd met als doel specifieke maatschappelijke waarden te borgen. Hierbij baseer ik me op inzichten van filosofen als John Dewey en Ludwig Wittgenstein, maar ook sociologen als Michel Callon. Conceptuele coherentie beoog ik niet, dat bewaar ik voor een andere gelegenheid, het gaat om het idee.

De mens is een wezen dat betekenissen geeft aan de dingen om haar heen. We benoemen en categoriseren de dingen die we zien zodat we ze kunnen onthouden en zodat we er met anderen over kunnen spreken. Alleen zo krijgen ze daadwerkelijk betekenis. Iets wat niet in taal kan worden uitgedrukt betekent in feite niets. Kenmerkend voor de mens is dat betekenisgeving een sociaal proces is, betekenissen worden verworven door de woorden die we delen met anderen te koppelen aan ervaringen en observaties. Zo krijgen subjectieve indrukken een intersubjectieve lading.

Dat je weet wat iets betekent wil vooral zeggen dat je weet wat er in bepaalde situatie gaat of moet gaan gebeuren. Een betekenis introduceert een regelmaat, zodat je de toekomst met vertrouwen tegemoet kunt treden. Als je weet wat koffie is omdat je het vaak hebt gedronken en nog veel vaker hebt gezien hoe andere mensen dat drinken, omdat je hebt er over gelezen, op de televisie heb je reclames over koffie en koffiedrinkende mensen gezien, dan kun je gerust een slok koffie nemen.

Doordat we binnen een taalgemeenschap dingen hetzelfde begrijpen omdat we dezelfde betekenis geven, kost het ons meestal weinig moeite om met elkaar tot handelen over te gaan. Je kunt er van uitgaan dat iemand anders weet wat ik weet (en weet dat ik dat weet). Zo ontstaan instituties, dat zijn niets anders dan repetitieve handelingen tussen minimaal twee persoon die berusten op een gedeeld begrip van een situatie.

Bij betekenissen gaat het om regelmaat, om woorden die je kunt recyclen om terugkerende ervaringen te duiden en nieuwe indrukken te categoriseren. Toch is het proces van betekenisgeving is een fluïde proces. We moeten als taalgemeenschap voortdurend onze nieuwe indrukken classificeren door oude woorden te gebruiken of nieuwe woorden te introduceren. Als taalgemeenschap is er altijd de vraag naar wat bij wat hoort.

Betekenissen hebben ook vaak een normatieve lading, ze categoriseren indrukken als goed of slecht, zodat je niet alleen weet wat je kunt verwachten, maar dat je ook weet hoe je moet handelen. Binnen taalgemeenschappen worden verschillende waardeoordelen geaggregeerd door er een overkoepelende waarde aan toe te kennen, zodat een veelheid aan ervaringen en indrukken gevangen kan worden met één enkel begrip. Zulke waarden hebben een speciale status binnen een taalgemeenschap, zij worden gezien als normatieve uitgangspunten van die iedereen belangrijk zou moeten vinden binnen die gemeenschap. Zo wordt een taalgemeenschap een morele gemeenschap waarbinnen bepaalde waarden gedeeld worden.

Tot voor kort werden waarden vooral bewaakt door priesters, zieners en filosofen. Maar zoals Immanuel Kant stelde: de Verlichting betekent dat mensen voor zichzelf moeten bepalen wat goed voor hen is. Met Hegel zou je kunnen zeggen dat de moderne instituties zijn gevormd om dat doel te verwezenlijken, zoals de filosofe Seyla Benhabib stelt ‘instituties maken het mogelijk om morele waarheden te verwezenlijken’.

Dit zijn dan niet de instituties waar ik het hierboven over had, want aan twee personen heb je niet genoeg om ‘morele waarheden’ na te streven. Nee, het gaat om maatschappelijke instituties die geformaliseerd zijn, wat meestal wil zeggen dat ze in het recht is vastgelegd hoe die instituties werken. Vandaar dat Hegel zijn filosofie een ‘rechtsfilosofie’ noemde, waarbij ‘de staat de verwerkelijking van de concrete vrijheid is’, met andere woorden, onze vrijheid zelf te bepalen wat goed voor ons is komt tot uiting in maatschappelijke instituties.

Tot die instituties reken ik niet alleen het recht of de staat, maar alle sociale contexten waarbinnen collectieve waarden worden geborgd door ze te formaliseren. Zoals ik al eerder beschreef, ook de democratie, vrije markt en de wetenschap kun je ook als zodanig zien (en natuurlijk zijn de voorwaarden voor deze instituties ook voor een groot gedeelte in het recht verankerd). Deze instituties zorgen voor gelijkheid, inspraak, vrijheid, welvaart en waarheid. Daarnaast moet je denken aan meer specifieke beleidsarrangementen of inspraakstructuren. Kortom, het gaat om alle formele regels die leidend zijn voor bindende collectieve handelingen binnen de samenleving. Overigens reken ik ook technologie hiertoe, omdat de technologie die we gebruiken tot op grote hoogte bepalen hoe we moeten handelen. Bovendien zijn innovaties weinig anders dan pogingen bepaalde waarden te realiseren, elke nieuwe technologie heeft als doel de wereld beter te maken.

Het is het maatschappelijke en formele karakter van dit soort collectieve instituties dat ze zo bijzonder maakt. Dat zorgt er ten eerste voor dat niemand er aan ontkomt, in de rechtsstaat is er geen individu of groep mensen die boven de wet staat. De morele waarden gelden echt voor iedereen. Ten tweede zijn dit soort instituties gecodificeerd, de wetten en regels zijn dusdanig opgeschreven dat ze vaststaan.

Dit laatste impliceert dat betekenissen in instituties gefixeerd worden. De voorschriften en procedures zijn niet flexibel zoals alledaagse betekenissen. Binnen de samenleving zelf zijn er echter wél talloze informele systemen waarin betekenissen voortdurend veranderen en waar waarden worden aangepast aan nieuwe inzichten en omstandigheden. Die veranderende waarden kunnen komen te conflicteren met de gefixeerde institutionele waarden. Als dat zo is, kan dat leiden tot ongenoegen bij burgers. Zij kunnen komen te protesteren door te stemmen op partijen die verandering beloven, door te demonstreren of door burgerlijke ongehoorzaamheid te vertonen. ‘Publieke groeperingen’ komen op die nieuwe betekenissen gebruiken om de sociale werkelijkheid te begrijpen. Ze schatten waarden anders in of vinden dat de koppeling tussen waarden en betekenissen aangepast moet worden. Hoe een verzameling indrukken en ervaringen door een waarde wordt geaggregeerd moet volgens deze groeperingen worden heroverwogen, nieuwe metaforen en moeten worden toegepast, accenten moeten worden verlegd.

Om de terminologie van de socioloog Michel Callon te gebruiken, er is sprake van overflowing. De institutionele kaders waarmee de sociale werkelijkheid betekenis wordt opgelegd − in Callons woorden: framing − zijn niet meer in staat om goed om te gaan met de door opkomende publieke groeperingen geïntroduceerde betekenissen en waarden.

In een democratisch stelsel maken zulke overflows aanpassing noodzakelijk. De samenleving is vrij en autonoom, hetgeen betekent dat de betekenissen en waarden die binnen die samenleving ontwikkeld worden leidend zijn voor de instituties. De aanpassingen van deze instituties als reactie op maatschappelijke uitingen van ongenoegen heb ik met mijn collega’s backflows genoemd.

Zulke backflows kunnen nieuwe procedures zijn, nieuwe wetten of regelingen, een aangepast beleid. Daarbij is het niet zomaar gezegd dat backflows de nieuwe maatschappelijke wensen gehoorzaamt. Dat is ook lastig, de waarden van specifieke publieke groeperingen hoeven helemaal niet breed gedeeld te worden. Ga maar na, er zijn tal van luide protestbewegingen die navenant veel aandacht in de media krijgen, terwijl ze maar een marginaal deel van de samenleving vertegenwoordigen. Denk maar aan coronademonstraties en de antivaccinatiebeweging. Verder gaat het bij instituties vaak om een trade off tussen verschillende waarden, zo speelt bijvoorbeeld bij vaccinatieprogramma’s het dilemma tussen de waarde van individuele keuzevrijheid en de waarde van volksgezondheid. Een protestbeweging kan heel gemakkelijk een van beide opgeven, een luxe die een beleidsmaker niet heeft: deze moet tot een afweging komen hoe beide waarden zo goed mogelijk kunnen worden meegenomen in het beleid. Kortom, het is altijd een kwestie van aftasten en uitproberen hoe een institutie aangepast kan worden als reactie op maatschappelijk ongenoegen.

Met de framing-overflowing-backflowing dynamiek ontstaat een cyclisch patroon waarin instituties voortdurend worden aangepast aan veranderende omstandigheden en nieuwe betekenissen. Dat het gaat om veranderingen in een bepaald type samenleving – de onze − is duidelijk, maar in elk geval kun je deze categorie sociale verandering beschrijven zonder je hoeven te beroepen op esoterische theorieën.

Er is niet alleen sociaalwetenschappelijk winst te behalen met een goede beschrijving van sociale veranderingsprocessen. Ook dwingt het ons scherper na te denken over de rol die morele theorieën kunnen spelen in de inrichting van ons leven. Wat betekent het dat instituties morele waarheden mogelijk maken als instituties altijd kunnen veranderen?

Een probleem is dat het cyclische patroon van framing-overflowing-backflowing zich niet goed verhoudt tot de gangbare wijze waarop binnen de academische ethiek over waarden wordt nagedacht. Enigszins impliciet lijkt de ethiek ervan uit te gaan dat er morele waarheden bestaan die enerzijds altijd en overal waar zijn, los van welke wereldlijke omstandigheid dan ook, en anderzijds niet via waarneming, maar alleen via de rede afleidbaar zijn. Met andere woorden, ethiek valt binnen Kants’ domein van het ‘analytische a priori’.

Zoals ik hierboven al schreef, werden op basis van Kants werk waarden niet meer gezien als een gegeven, overgeleverd via traditie en macht, maar het werd onze ‘opdracht’ om na te denken welke waarden daadwerkelijk juist zijn. Echter, als morele waarden worden benaderd als absolute morele waarheden wordt het moeilijk iets te zeggen over de morele aspecten van sociale veranderingsprocessen.

En dat blijkt: als er binnen de ethiek over sociale verandering wordt geschreven gaat het in het algemeen over evident immorele praktijken zoals slavernij of vrouwenonderdrukking. Maar het is natuurlijk weinig informatief om de afschaffing van slavernij als voorbeeld van morele progressie te nemen, terwijl er weinig kan worden gezegd over tal van ethische discussies die in de eenentwintigste eeuw spelen rondom het klimaatprobleem, de coronapandemie, digitalisering, institutioneel racisme en ga zo maar door.

Ethische thema’s als deze worden gekenmerkt door verschillende onzekerheden. Ten eerste is er sprake van moreel pluralisme: niet alleen hanteren individuen en groepen verschillende morele uitgangspunten, maar ook kunnen ze verschillende interpretaties komen over welke waarden passen bij bepaalde gebeurtenissen of situaties en hoe die die waarden dan passen. Daarnaast hebben we te maken descriptief pluralisme: we hebben te maken met een heden en een toekomst waarvan we de juiste wetenschappelijke beschrijving niet weten en we hebben vaak te maken met contingente processen waarvan de toekomst niet te voorspellen. Veel ethici komen tot een ethische maatstaf die te grofmazig blijkt om met dit soort morele onzekerheden om te gaan – hun virtuoze denkwerk ten spijt.

Publieke groeperingen die nieuwe waarden articuleren of oude waarden koppelen aan nieuwe ontwikkelingen zijn een manifestatie van zulke morele onzekerheden. Maar ze tonen niet alleen conflicterende uitgangspunten en interpretaties, ze laten ook zien welke ethische aspecten er relevant zijn of kunnen zijn. De waarden die naar voren worden gebracht in maatschappelijke controverses stellen ons in staat om moreel te leren over de waarden die mee moeten worden genomen in instituties.

Op basis van de cyclische dynamiek van institutionele aanpassing hierboven beschreven kun je komen tot drie belangrijke doelen voor de ethiek. Daarbij gaat het om de: 1) ethische evaluatie van institutionele framing; 2) de evaluatie van de normatieve claims van publieke groeperingen; en 3) het opstellen van criteria voor institutionele aanpassing.

Bij het eerste punt gaat het om het bepalen van waarden die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling van instituties. Het gaat om het identificeren van de waarden die belangrijk zijn, waarbij het van minder belang is of die waarden nu universeel geldig zijn of niet. Sterker, ik denk dat de noodzaak om op waarden te reflecteren niet zozeer voortkomt uit de overweging dat er morele waarheden zijn, maar juist voorkomt uit het gegeven dat die er juist niet zijn. Als er geen enkelvoudige morele leidraad is voor individuen, zullen zij een manier moeten vinden waarop conflicterende morele claims en interpretaties niet tot collectieve ellende leiden (je kunt zeggen dat er dan overeenstemming is over de moreel onwenselijke aard van collectieve ellende, maar dat lijkt me te dun als legitimatie van een vakgebied).

Of de bevindingen van de ethiek nu universeel waar zijn of niet, het doorgronden van waarden vervult een belangrijke maatschappelijke rol: het zorgt voor collectieve bewustwording die aanleiding kan geven tot maatschappelijk protest. Kijk maar eens naar de wijze waarop de uitgangspunten van individuele autonomie en gelijkwaardigheid telkens opnieuw worden gedefinieerd al naar gelang de maatschappelijke situatie op een bepaald ogenblik. Het zijn deze ideeën geweest die onze belangrijkste instituties hebben geïnspireerd, democratie, recht, de vrije markt. Maar wat vrijheid en gelijkheid en betekenen zonder empirische inbedding is niet echt voor te stellen, we zullen altijd tot afspraken moeten komen over waar onze vrijheden op die van anderen botsen en waar we verschillen in toegang, bezit of macht mogen accepteren.

Met betrekking tot het tweede punt zou de ethiek bij moeten dragen aan het ontwikkelen van criteria waarmee maatschappelijke claims kunnen worden beoordeeld. Maatschappelijke groeperingen komen met morele eisen, maar de ethiek lijkt moeite te hebben met het vast stellen van de validiteit van dit soort eisen. De vraag moet gesteld worden welke vormen van overflowing terecht zijn? Waarschijnlijk is dit niet eensluidend vast te stellen, maar kun de ethiek wel aangeven welke rechtvaardigingen er voor bepaalde claims te geven zijn en bovendien kan de ethiek komen met procedurele criteria waaraan de maatschappelijke morele claims moeten voldoen. Hierbij moet rekenschap worden gegeven aan het hierboven beschreven morele en descriptieve pluralisme.

Ook bij het derde punt gaat het om de ontwikkeling van procedurele criteria. Hoe kunnen instituties worden aangepast zodanig dat ze gehoor geven aan nieuwe maatschappelijke eisen en wensen? Wat zijn legitieme manieren om backflows te organiseren? Hoe kan er rekenschap worden gegeven aan verschillende groepen, verschillende waarden, verschillende interpretaties op een zodanige wijze dat iedereen zich gehoord voelt. Dit zijn vooral vragen die op basis van democratische theorieën te beantwoorden zijn.

Er is hier te weinig ruimte om deze punten aan de hand van voorbeelden te illustreren. Maar het is volgens mij prima mogelijk om zelf na te gaan hoe deze drieslag van institutionele verandering werkt bij maatschappelijke controverses zoals vaccinatieprogramma’s, identiteitsdebatten of conflicten rondom nieuw energiebeleid.

Niet alle verandering in de maatschappij verloopt via de hierboven beschreven dynamiek van framing, overflowing en backflowing. Denk maar eens aan de invloed van technologische innovaties, waarbij vooral descriptief pluralisme een rol speelt: niemand weet wat de technologie van de toekomst kan brengen en verschillende inschattingen van die toekomst zullen naast elkaar bestaan. Ook bij dit soort expliciet beoogde veranderingen gaat het om het nastreven of mogelijk maken van bepaalde waarden en ook hier zou de ethiek een belangrijke rol kunnen spelen – zoals ik andere posts ook heb laten zien, bijvoorbeeld over beloftes of debatten over innovaties.

Al met al is het de rol van de ethiek om spanningen tussen waarden constateren. Waarden zijn nooit absoluut en instituties zijn immers nooit perfect. Het gaat in het dagelijkse leven en bij de inrichting van instituties altijd om het afwegen van verschillende waarden, de ethiek kan helpen bij het in kaart brengen van de wijze waarop waarden uitgeruild kunnen worden, waar ze inherent conflicteren, waar de ene waarde ten koste gaat van een andere. Met zulke reflecties kunnen we maatschappelijk verandering niet alleen beter beschrijven, maar vooral ook beter organiseren. Zodat we beter weten hoe we de wereld kunnen verbeteren.

Verder lezen:

Benhabib, S. (1988). I. Judgment and the Moral Foundations of Politics in Arendt’s Thought. Political Theory, 16(1), 29-51.

Boenink, M., & Kudina, O. (2020). Values in responsible research and innovation: from entities to practices. Journal of Responsible Innovation, 7(3), 450-470.

Callon, M. (1998). An essay on framing and overflowing: economic externalities revisited by sociology. The Sociological Review, 46(S1), 244-269.

Durkheim, E. (1973). Emile Durkheim on morality and society. Chicago and London: University of Chicago Press.

Pesch, U. (2020). Making sense of the self: an integrative framework for moral agency. Journal for the Theory of Social Behaviour, 50(1), 119-130. doi:10.1111/jtsb.12230

Pesch, U., Correljé, A., Cuppen, E., & Taebi, B. (2017). Energy justice and controversies: Formal and informal assessment in energy projects. Energy Policy. doi:https://doi.org/10.1016/j.enpol.2017.06.040

Pesch, U., & Vermaas, P. E. (2020). The Wickedness of Rittel and Webber’s Dilemmas. Administration & Society, 52(6), 960-979. doi:10.1177/0095399720934010

Taebi, B., Kwakkel, J. H., & Kermisch, C. (2020). Governing climate risks in the face of normative uncertainties. Wiley Interdisciplinary Reviews: Climate Change, 11(5), e666.

Taylor, C. (2015). Hegel and modern society: Cambridge University Press.

Wittgenstein, L. (2009). Philosophical investigations: John Wiley & Sons.

 

Be Sociable, Share!
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized met de tags , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie